Schietwilg, Salix alba

Knotwilgen zijn in onze laaggelegen streken een vertrouwd gezicht. Oorspronkelijk knotte men ze om geregeld over jonge tenen te beschikken, die voor afscheidingen en mandenwerk werden gebruikt. Manshoog kapte men het bovenste gedeelte van de boom af, zodat het vee de jonge scheuten niet kon bereiken. Tegenwoordig wordt het knotten vooral door natuurbeschermers gedaan. Veel knotwilgen zijn inmiddels gekapt, omdat men anders de sloten niet met machines schoon kan maken.