Taxus, Taxus baccata
Herkomst:
W-, Z- en Midden-Europa, Z.-Noorwegen, Zweden, Finland, Klein-Azië, N-Amerika,
Raukasus, Marokko, Algiers en Afrika.
Handelsnamen:
Taxus, Gewone taxus, Gewone venijnboom (Ned.); European yew, Common yew (Engl.);
If, Taxis (Frankrijk); Gemeine Eibe, Taxbaum (Duits).
Kenmerken:
Kleur: kern: vers dieprood, aan de lucht blootgesteld roodbruin, dikwijls met blauwachtige
glans.
Spint: zeer smal wit tot witgeel.
Groeiringen: zichtbaar, zeer smal en golvend.
Nerf: zeer fijn.
Draadverloop: meestal golvend.
Tekeningen: mergstralen zijn fijn.
Geur: afwezig.
Glans: gering.
Smaak: bitter.
Eigenschappen:
Volumegewicht: 0,74-0,94 bij 15% vochtgehalte.
Mechanische eigenschappen: taxus is zwaar, dicht, vast en taai.
Buigsterkte: hoog.
Stijfheid: hoog.
Druksterkte: matig.
Hardheid: matig.
Splijtsterkte: zeer moeilijk te splijten.
Krimp: het hout krimpt en werkt weinig.
Brandbaarheid: wordt zeer moeilijk door vuur aangetast.
Duurzaamheid: uiterst duurzaam; klasse I.
Chemische eigenschappen:
-waterig extract; lichtbruin.
-alcohol extract; diepbruin.
Bewerking:
Taxus is taai en daardoor niet gemakkelijk te bewerken.
Afwerking:
Goed te beitsen, te polijsten, te schilderen en te vernissen.
Toepassingen:
Aangezien het weinig krimpt en trekt en met zijn donkere kern vaak fraai hout geeft,
is het uitstekend voor allerlei doeleinden, ook in de meubelindustrie te gebruiken.
Verder machinebouw, instrumenten, triplex en fineer in Midden-Europa.
Bijzonderheden:
Oudere bomen leveren een zeer gezocht wortelhout van een oranjegele grondkleur met
bruinrode ade-
ren. Vroeger werd dit hout speciaal voor bogen gebruikt. Thans wordt het zeldzame
hout nog voor beeldhouwwerk, luxeartikelen, houtdraaiwerk, pijpestelen en wandelstokken
gebezigd.
Bevoorrading:
Zeer beperkt.
Opmerkingen:
Taxus baccata wordt ongeveer 12 tot 20 m hoog en 30 cm dik. Het mooiste taxushout
komt uit Iran. |