Pruimenhout, Prunus domestica

Herkomst:
Europa, West-Azië.

Handelsnamen:
Kwetspruim (Ned.), prunier domestique (Fr.), plum tree ( Eng.), zwetchenbaum, gemeiiien Pflaumenboom (Duits.).

Kenmerken:
Kleur: kern: grijsbruin tot rossig. spint: grijsachtig.
Groeiringen: vrij duidelijk, ringporig. Nerf: fijn.
Draadverloop: recht.
Tekeningen: soms fraaie tekening op dos.
Geur niet kenmerkend.
Glans: matig.
Brandbaarheid: ontvlamt zeer gemakkelijk en het geeft een geringe grijze as.

Eigenschappen:
Volumegewicht: 0,63.
Vers weegt 1 m3 ongeveer 900 kg.
Mechanische eigenschappen:
Buigsterkte: zwak tot matig.
Stijfheid: zeer zwak tot zwak.
Schokweerstand: matig.
Druksterkte: matig.
Hardheid: vrij hard tot matig hard.
Evenwichtsvochtgehalte bij respectievelijk 90 en 60% relatieve luchtvochtigheid: 19 en 12% Vezelverzadigingspunt aan de lucht: 23%.
Krimp:
van groen tot 12%  
tang. 6,9%  
rad. 2,4%  

Stabiliteit: matig stabiel.
Duurzaamheid: duurzaam; klasse III. Het is niet bestand tegen schimmels, wordt echter niet aangetast door nathoutboorders.
Chemische eigenschappen: vochtig hout in aanraking met ijzer doet zwarte viekken ontstaan.

Bewerking:
Zeer goed te bewerken, te zagen, te schroeven en te spijkeren.
Het droogt zeer langzaam en dient met de grootste zorg te geschieden om vervorming te voorkomen.

Afwerking:
Zeer mooi te polieren, te beitsen en vernissen.

Toepassingen:
Pruimen is zoals kersen voor vele doeleinden bijzonder geschikt. In de meubelindustrie wordt dit hout nadat het goed gewaterd en daama goed gedroogd is, geregeld gebruikt.

Bijzonderheden:
Beeldhouwwerk, draaiwerk, stoelen.

Handelsvorm:
Wordt geleverd in korte stammen.

Bevoorrading:
Beperkt in massief hout.

Opmerkingen:
Deze boom wordt ongeveer 4 tot 6 m hoog.