Bladeren verspreid staand; aan de bovenkant glanzend groen en onbehaard. Bladrand met regelmatige, afgeronde tandjes. De vruchten zijn in de zomer lichtgroen, maar krijgen later de kleur van een rijpe tomaat.

Pruim, Prunus domestica
De verspreid staande bladeren zijn aan beide zijden behaard. De kleine, ronde, paarsachtige vrucht heeft een wasachtige glans.