Populier, Populus spec.div.

Herkomst:
P.-tremula: Europa, Azie.
P.-tremuloïdes: Amerika, Canada (aspen, espen, ratel- en trilpopulier).
P.-alba.: Europa, Azie, N.-Afrika (witte abeel, abeel, zilverabeel).
P.-deltoides: O.-Canada, N.-Amerika (cottonwood, populier).
P.-serotina Europa, Amerika.
P.-Nigra Europa, Azie (peppelen, zwarte populier).

Handelsnamen:
Esp, Populier, Abeel (Ned., Belg.); Aspen, Poplar (Eng.); Peuplier (Fr.); Pappel, Asp, Espe (Duits.).

Kenmerken:
Kleur: kern grijsachtig wit, lichtgeel tot wit.
spint: weinig verschil met kern.
Groeiringen: duidelijk maar met opvallend.
Nerf: fijn en dicht.
Draadverloop: recht.
Tekeningen: weinig of geen.
Glans: gering.
Branden: moeilijk, geringe grijze as.

Eigenschappen:
Volumegewicht: 0,43 bij 12% (0,43 tot 0,51).
Vers weegt 1 m3 ongeveer 880 kg,
Mechanische eigenschappen: matig sterk, zacht en voor zijn volumegewicht taai.
Buigsterkte: zwak.
Stijfheid: zeer zwak tot zeer laag.
Schokweerstand: laag tot zeer laag.
Druksterkte: zwak.
Hardheid: overlangs zeer zwak. kops: zwak.
Vezelverzadigingspunt aan de lucht: 33%.
Krimp:
van nat tot droog absoluut droog
tang. 5,5% 8,0%
rad. 2,0% 2, 8%
Stabiliteit: matig stabiel.
Duurzaamheid: weinig duurzaarn; klasse V.
Geschiktheid tot drenken: doordringbaar.

Bewerking:
Wanneer het goed gedroogd is scheurt het niet veel en werkt het weinig. Laat zich geed verwerken, schroeven en spijkeren.
Kan soms stug zijn bij het zagen. Helemaal zuiver schaven is moeilijk daar het hout wollig is.

Toepassingen:
Wordt gebruikt voor lucifers, klompen, blindhout, blokplaat, triplex, fineer, tekenborden, keukengerief, speelgoed, tandenstokers, kistenhout, houtwol, papierhout, carrosseriebouw en allerlei andere doeleinden.

Bijzonderheden:
Vroeger werd het zeer veel verwerkt tot klompen, nu echter nog in mindere mate.

Bevoorrading:
Overvloedig, zowel in massief als in blindhout.

Opmerkingen:
Populieren groeit zeer gemakkelijk en vlug. Hij kan naargelang de soort een hoogte bereiken van 20 tot 30 m met een diameter van 0,30 m tot 1,20 m.