Perenhout, Pyrus Communis

Herkomst:
Europa, West-Azië, Noord-Amerika.

Handelsnamen:
Gewone peer, peren, wilde peer (Ned.); poirier commun (Fr.); pear, common pear, pearwood, wildpear (Eng.); Holzbirne, gemeiner Birnbaum (Duitsl.).

Kenmerken:
Kleiur: kern: rossig grijs;
spint: zeer weinig verschillend.
Groeiringen: vaag tot matig duidelijk.
Nerf: fijn en dicht.
Draadverloop: recht.
Tekeningen: soms fraai gegolfd.
Geur: soms iets zuur.
Glans: gering.
Branden: zeer goed, geeft een geringe grijze as.

Eigenschappen:
Volumegewicht: 0,70 bij 12% (0,69-0,80).
Mechanische eigenschappen: peren is matig zwaar, vast, taai en sterk.
Buigsterkte: matig.
Stijfheid: zeer zwak.
Schokweerstand: zeer traag.
Druksterkte: matig.
Hardheid : matig hard tot hard.
Krimp:
van groen tot volkomen droog
tang. 9,1%
rad. 4,6%

Stabiliteit: weinig stabiel.
Duurzaaamheid : matig duurzaam; klasse IV. Het hout van de wilde pereboom is duurzamer dan van de gekweekte.

Bewerking
Peren laat zich uitstekend verwerken. Het is goed te draaien, te steken, te snijden, te schroeven doch moeilijk te nagelen. Bij het schaven is het best een aanloophoek van 20% te nemen. Daar perehout neiging heeft tot vervorming is het pas gereed voor het gebruik, wanneer het zorgvuldig en langzaam gedroogd is.

Afwerking:
Goed te kleuren, te vernissen en te politoeren.

Toepassingen:
Peren leent zich voor vele doeleinden waar het moeilijk door ander hout kan vervangen worden. Tekenhaken, driehoeken, kunstsnijwerk, beeldhouwwerk, kostbare meubelen. Voorts mallen van de katoendrukkerijen, muziekinstrumenten, schaakfiguren, inlegwerk.

Bijzonderheden:
Zwart gekookt wordt peren als vervanger van ebbehout gebruikt. In de pianoindustrie verkiest men het boven alle fineersoorten om zwart gekookt en daarna om glanzend mat te politoeren. Ook voor zwarte pianotoetsen en mesheften.

Bevoorrading:
In gezaagd stamhout en fineer.

Opmerkingen:
De pyrus communis wordt ongeveer 8 tot 10 m hoog en is de stamvader vam verschillende fruitbomen.