Iepenhout, Ulmus
Herkomst:
Europa, Japan, Canada, N-Amerika.
Handeisnamen:
Iep, olm (Ned.); orme (Fr.); elm (Eng.); Ulme, Rüster (Duits.).
Kenmerken:
Kleur: kern: bruin tot lichtbruin ; Japans iepen is lichter ;
spint: grijsachtig, duidelijk.
Groeiringen duidelijk, ringporig.
Nerf: matig grof.
Draadverloop: recht.
Tekeningen: gevlamd op dosse, fijne spiegeltekening op kwartier.
Eigenschappen:
Volumegewicht: 0,55-0,70.
Mechanische eigenschappen: zeer elastische houtsoort en zeer weinig slijtbaar.
Buigsterkte: zwak.
Stijfheid: zeer zwak.
Schokweerstand: zeer zwak.
Hardheid: zwak.
Evenwichtsvochtgehalte bij respectievelijk 90 en 60% relatieve luchtvochtigheid :
20,5 en 12 %.
Krimp:
| van groen tot 12% |
van 20,5 tot 12% |
| tang. 6,5% |
2,4% |
| rad. 4,5% |
1,8% |
Stabiliteit: matig.
Duurzaamheid: weinig tot matig duurzaam: klasse IV.
Geschiktheid tot drenken: matig weerstandbiedend, spint doordringbaar.
Bewerking:
Matig stug bij het zagen. Droogt snel, maar met felle neiging tot vervorming. Gemakkelijk
met de hand en met de machine te bewerken. Leent zich tot draaien buigwerk (zonder
stomen). Zonder moeilijkheden te lijmen en te nagelen.
Afwerking:
Zonder moeilijkheden.
Toepassingen:
Voornamelijk in de carrosseriebouw, zuivelindustries landbouwgereedschappen, scheepsblokken,
borstels, roeiriemen en kielen voor kleine vaartuigen. Foutvrije stammen worden gebruikt
voor de fineerindustrie. Verder nog: meubels, poten, trapleuningen en handvatten,
draaiwerk en buigwerk.
Bijzonderheden:
Japans iepen komt veel overeen met Europees iepen, doch is gelijkmatiger van kleur.
Het heeft een hoge zijdeglans, is fijn van structuur en zacht om te verwerken.
Bevoorrading:
Wordt gezaagd op bool met 40 à 60 cm diameter en 3 tot 5 meter lengte. Overvloedig
in fineer. Japans iepen komt weinig voor en is verkrijgbaar in gezaagd hout met dezelfde
afmetingen als Japans eiken.
Opmerkingen:
Iepen blijft zeer goed onder water en splintert niet af bij wrijving. Het vervormt
weinig en weerstaat goed aan insekten. |