Berkenhout, Betula pendula,
Herkomst :
Noord- en West-Europa.
Handelsnamen :
Ruwe berk (1), zachte berk (2), Bouleau (Fr.) Birch (Engl.), Birke (Duits).
Kenmerken :
Kleur: geelwit of geelgrijs. Geen duidelijk verschil tussen kernhout en spinthout.
Nerf: zeer fijn en dicht.
Groeiringen: vrij duidelijk, meestal gelijkmatig. Draadverloop: recht, kruisdraad
komt voor.
Tekeningen: mooi uitzicht, de vaak voorkomende zwarte pitjes (mergvlekken) zijn ontstaan
door aantasting van een langpootmug.
Geur: niet kenmerkend.
Glans: matig.
Eigenschappen
Volumegewicht: 0,65-0,67.
Mechanische eigenschappen: matig zwaar, vrij zacht maar sterk.
Buigsterkte: hoog.
Stijfheid: matig tot hoog.
Schokweerstand: matig.
Druksterkte: matig tot hoog.
Hardheid: matig. Splijtsterkte: zeer moeilijk te splijten.
Vezelverzadigingspunt aan de lucht: 33 %
Krimp:
| van nat tot 12% |
tot absoluut droog |
| tang. 7,5 %9 |
7,8 % |
| rad. 5.0 % |
5,3 % |
Duurzaamheid: weinig duurzaam ; klasse IV-V.
Geschiktheid tot drenken: doordringbaar.
Bewerking:
Laat zich prima bewerken, zeer goed drogen en heeft vrijwel geen neiging tot werken.
Het is goed te schroeven en te spijkeren. Matig geschikt tot zagen.
Afwerking:
Goed te polijsten, te vernissen, te schilderen en te kleuren.
Toepassingen
Voornamelijk betimmeringen en meubelen (massief en gefineerd), vloeren, decoratieve
produkten, draaiwerk, meetlatten, speelgoed.
Bijzonderheden:
In Finland is het de hoofdhoutsoort voor triplexfabricage.
Bevoorrading
-in triplex (overvloedig).
-in fineerhout.
-in gezaagd hout en in stammen. |